2.7 Overige vaste bedrijfsmiddelen

De overige vaste bedrijfsmiddelen (waaronder inventarissen en auto’s) zijn opgenomen tegen de aanschafwaarde verminderd met afschrijvingen op basis van de verwachte levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde. Kosten voor herstel en groot onderhoud worden direct ten laste van het resultaat genomen. De afschrijving vindt lineair plaats, de afschrijvingstermijnen zijn als volgt:

  • Inventaris: 5 jaar;
  • Auto’s: 5 jaar;
  • Laptops: 4 jaar.